Skip to main content

Cognitieve domeinen

Ontdek hoe de IDS-2 cognitieve vaardigheden meet met behulp van de CHC-theorie. Beoordeel intelligentie, executieve functies en schoolse vaardigheden.

Intelligentie

De IDS-2 benadering van intelligentie maakt gebruik van de Cattell-Horn-Carroll theorie van hiƫrarchische intelligentie (CHC theorie; McGrew, 1997). De CHC-theorie stelt dat de structuur van intelligentie geworteld is in verschillende dimensies. Prestaties binnen deze dimensies worden gemeten met een selectie van prestatievariabelen of taken. Doordat er diverse taken worden gebruikt, krijg je met de IDS-2 inzicht in de hulpmiddelen die het kind of de jongere tot zijn beschikking heeft om kennis te verwerven. De IDS-2 kijkt niet alleen naar de kennis die het kind al heeft verworven.

Er zijn drie scores beschikbaar: IQ-Screening kijkt naar een verbale en een non-verbale component; IQ Verkort meet zeven factoren (visuele verwerking, langetermijngeheugen, verwerkingssnelheid, auditief kortetermijngeheugen, visueel ruimtelijk kortetermijngeheugen, abstract redeneren en verbaal redeneren); en het IQ-Profiel meet elke factor twee keer, met verschillende taken binnen de subtests.

Executieve functies

Executieve functies zijn regulatie- en controleprocessen die doelgericht en situationeel handelen mogelijk maken. De drie basismechanismen zijn inhibitie, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit, die een ontwikkelingsgroei kunnen vertonen voorbij de kleuter- en schoolleeftijd tot in de adolescentie en vroege volwassenheid.

Bij kleuters zijn executieve functies verbonden met taalvaardigheid, vloeiende intelligentie, motorische coƶrdinatie en het vermogen tot zelfregulatie. Ze zijn dus belangrijk in de context van ontwikkelingsvereisten voor de bepaling van welk schooltype bij een kind past.

Tests vragen kinderen om zowel enkelvoudige taken uit te voeren (bijvoorbeeld woorden opnoemen) als meervoudige taken, zowel verbaal als non-verbaal.