Algemene ontwikkelingsdomeinen
De IDS-2 meet de algemene ontwikkeling binnen vier domeinen: Psychomotoriek, Sociaal-emotionele competenties, Schoolse vaardigheden en Werkhouding.
- Psychomotoriek
- Sociaal-emotionele competenties
- Schoolse vaardigheden
- Werkhouding
Psychomotoriek
Psychomotorische activiteit beschrijft het geheel van alle controle- en functieprocessen en zintuiglijke, perceptieve, cognitieve en motivationele processen die de basis vormen voor houding en beweging. In de IDS-2 worden algemene coördinatie, grove motoriek, fijne motoriek en oog-handcoördinatie (visuomotoriek) geregistreerd in de context van psychomotorische activiteit.
Psychomotorische activiteit speelt een cruciale rol in de gezonde ontwikkeling van kinderen. Grove motoriek, fijne motoriek en oog-handcoördinatie zijn vaak gekoppeld aan cognitieve functies. Bovendien kunnen verstoringen in de coördinatie leiden tot een belemmering van de ontwikkeling van fysieke en sociale capaciteiten. Psychomotorische activiteit vertoont vaak een overeenkomstige relatie met zelfvertrouwen, angst en somatische problemen.
Tests omvatten motorische taken zoals balanceren en werken met kleine kralen.
Sociaal-emotionele competenties
Sociaal-emotionele competenties omvatten beide constructen van de sociale en emotionele competentie. Sociale competentie beschrijft de beschikbaarheid en toepassing van cognitief, emotioneel en motorisch gedrag dat kan leiden tot een langdurige gunstige relatie tussen positieve en negatieve gevolgen in interpersoonlijke situaties. Emotionele competentie beschrijft het vermogen om zich bewust te zijn van de eigen gevoelens, deze te uiten en zelfstandig onder controle te houden. Het identificeren en begrijpen van emoties van andere mensen wordt ook beschreven als emotionele competentie.
Sociaal-emotionele competenties zijn nauw verbonden met sociaal gedrag, welzijn, lichamelijke gezondheid en schoolprestaties, maar zijn ook gekoppeld aan delinquentie, drugsmisbruik en psychopathologieën in de kindertijd. Bovendien kan taalcompetentie een kritieke oorzakelijke variabele zijn met betrekking tot sociaal-emotionele competentie. Dit is zo, omdat de communicatie van gevoelens en gedachten een belangrijke component is voor sociaal-emotionele competentie.
Tests omvatten bijvoorbeeld taken waarbij het kind foto's moet bekijken of moet luisteren naar een verhaal, waarbij de emotie of de emotionele reactie hierop gemeten wordt.
Schoolse vaardigheden
Specifiek voor het schoolprogramma van elk land worden de schoolse vaardigheden in taalvaardigheid, lezen, spellen en wiskundig redeneren gemeten.
Taalvaardigheid omvat het begrijpen van wat anderen zeggen of schrijven (spraakbegrip) en de eigen spraak of het eigen schrift (spraakproductie). De verwerving van taalvaardigheid is een van de belangrijkste ontwikkelingstaken in de vroege kinderjaren. Taalvaardigheid houdt verband met cognitieve en psychosociale ontwikkeling, maar ook met sociaal-emotionele vaardigheden.
Lezen en schrijven worden geleerd tijdens het leren van geschreven taal. Lezen omvat zowel leesvaardigheid als leesbegrip, en schrijven omvat het proces van segmentatie van een fonetische stimulus in fonologische eenheden die vervolgens worden toegewezen aan de respectieve grafische representatie. Schriftelijke taalverwerving vormt de basis voor een succesvolle school- en beroepsloopbaan en is gerelateerd aan gezondheid en een lang leven.
Wiskundig redeneren is altijd gekoppeld geweest aan concrete voorstellingen die afhankelijk van het probleem geactiveerd worden. Wiskundige competenties tijdens het laatste jaar van de kleuterschool kunnen de wiskundige prestaties aan het einde van het eerste en tweede schooljaar voorspellen. Bovendien is aangetoond dat wiskundige competenties de onderwijs- en beroepsmogelijkheden van een individu beïnvloeden.
De tests omvatten onder andere fonologische taken, spraak, lezen, spelling en wiskundige berekeningen.
Werkhouding
Uniek voor een intelligentie-testbatterij, beoordeelt de IDS-2 de consciëntieusheid en prestatiemotivaties van kinderen en adolescenten tussen 11 en 20 jaar. Consciëntieusheid is gekoppeld aan precisie, betrouwbaarheid, besluitvaardigheid, wilskracht en vastberadenheid, en is een van de meest centrale persoonlijkheidskenmerken in verband met academisch en professioneel succes. Het vertoont positieve correlaties met identiteitsontwikkeling, tevredenheid met relaties en een lang leven, maar ook negatieve correlaties met risicovol gedrag.
Prestatiegerichte acties komen voor wanneer de belangrijkste stimulans voor het nastreven van succes bestaat. Dit kan ofwel inhouden dat men bijzonder goed presteert om een interne individuele norm te bereiken, of om een externe referentienorm te bereiken wanneer men zichzelf vergelijkt met anderen. Prestatiemotivatie vertoont ook positieve correlaties met schools, academisch en professioneel succes en kan bovendien soms helpen om verschillen in intelligentie te verklaren.
Deze aspecten worden gemeten door een reeks stellingen die door het kind of de jongere op een schaal van vier niveaus worden beoordeeld.